Borstreconstructie
Algemeen
Vroeger kwam een borstkankerpatiënte pas voor een borstreconstructie in aanmerking als zij als genezen werd beschouwd. Dat was meestal vijf jaar na een borstamputatie. Tegenwoordig is bekend dat een reconstructie niets verandert aan het verloop van de ziekte, maar wel de kwaliteit van de overleving verbetert. Een borstreconstructie kan worden uitgevoerd zes tot twaalf maanden na een amputatie, of na beëindiging van eventuele nabestraling en/of chemotherapie. Het is ook mogelijk de reconstructie te laten doen tijdens dezelfde operatie waarin de amputatie wordt verricht. Een borstreconstructie is bij vrijwel iedere vrouw mogelijk. Ook een slechte kwaliteit van de huid, bijvoorbeeld door bestraling, hoeft tegenwoordig een goed resultaat niet in de weg te staan. Er zijn verschillende manieren om een borst te reconstrueren. Niet iedere methode is geschikt voor elke patiënt. Welke methode voor u het meest geschikt is, zal de plastisch chirurg met u bespreken.

Voorbereiding
Als u geneesmiddelen gebruikt, moet u dit melden aan de plastisch chirurg. ‘Bloedverdunnende’ medicijnen (zoals coumarine, marcoumar, sinaspril, sintrom, ascal, APC, asprobruis, kinderaspirine, en dergelijke) mag u, afhankelijk van het middel, tot twee weken voor de borstreconstructie niet meer slikken. Daarnaast moet u minstens zes weken voor de operatie volledig stoppen met roken. Nicotine vernauwt de bloedvaten waardoor problemen bij de wondgenezing op kunnen treden. Voor operaties waarbij weefsel verplaatst wordt, is stoppen met roken een voorwaarde. Als u te zwaar bent, zal de plastisch chirurg u adviseren eerst af te vallen. Voor of op de dag van de opname worden uw oksels geschoren en zal de chirurg het operatiepatroon op uw borst tekenen. Het is handig om een pyjama met een voorsluiting te dragen want dan kan de operatiewond makkelijk worden verzorgd.
Prothesen
Bij sommige borstreconstructies worden prothesen ingebracht. Borstprothesen bestaan uit een soepel siliconen omhulsel dat vooraf gevuld is met een vaste siliconengel. Er zijn tegenwoordig veel verschillende prothesen die uw chirurg met u zal doornemen. De prothese kan ook leeg zijn en tijdens of na de operatie gevuld worden met fysiologische zoutoplossing. De laatste jaren is er veel discussie geweest over problemen die door het lekken van siliconen zouden worden veroorzaakt. Doordat de siliconengel niet meer vloerbaar is zal er geen lekkage optreden bij het scheuren van het omhulsel. In Nederland stelt de overheid zich vooralsnog op het standpunt dat het verband tussen inwendige siliconenprothesen en gezondheidsklachten wetenschappelijk niet duidelijk is aangetoond. Daarom is de toepassing van deze prothesen toegestaan.
Er zijn verschillende manieren om een borst te reconstrueren:
Implanteren van een prothese
Als er voldoende soepele en gave huid aanwezig is en de grote borstspier nog intact is, is het implanteren van een prothese onder deze huid en spier de eenvoudigste manier om een nieuwe borst te maken. Bij deze operatie wordt gebruikgemaakt van het litteken van de amputatie. De ingreep duurt ongeveer een uur. Als u bestraald bent zal de plastisch chirurg u mogelijk een andere techniek adviseren.
Implanteren van een prothese voor weefselexpansie
Als er niet genoeg huid aanwezig is na de amputatie, maar de huid wel van goede kwaliteit is, kan een prothese worden gebruikt om de huid op te rekken (weefselexpansie). Ook de grote borstspier moet voor deze methode nog intact zijn. Zo’n prothese voor weefselexpansie, ook wel expander genoemd, is net een lege ballon. Via het litteken van de amputatie wordt deze ballon onder de grote borstspier ingebracht. Twee weken na de operatie wordt, als de wondgenezing voldoende gevorderd is, begonnen met het geleidelijk vullen van de prothese met fysiologische zoutoplossing tot de gewenste cupmaat is bereikt. Dit gaat in etappes. Hiervoor moet u gedurende één tot drie maanden wekelijks naar de polikliniek. Het vullen gebeurt met een injectienaald waarmee via de huid de vulnippel wordt aangeprikt. Het vullen duurt ongeveer twee minuten. Om het oprekken van de borsthuid te vergemakkelijken kunt u de borst masseren met crème of olie. Na een rustperiode van drie tot zes maanden volgt een tweede operatie waarbij de expander wordt vervangen door een definitieve prothese.
Voor meer informatie kunt u ook het onderwerp weefselexpansie raadplegen.
Gebruik van een spier en huid van de rug
Als ook de grote borstspier tijdens de borstamputatie weggehaald is of als er te weinig huid van goede kwaliteit is overgebleven, kan huid van de rug met de eronder gelegen spier gebruikt worden voor het maken van een nieuwe borst. Vrijwel altijd wordt er ook een prothese ingebracht. De operatie duurt gemiddeld drie uur en u moet er drie tot zeven dagen voor in het ziekenhuis blijven. Door het verwijderen van de rughuid met de daar ondergelegen spier ontstaat een litteken. Dit valt meestal onder het BH-bandje, maar soms is een schuin litteken onvermijdelijk.
Gebruik van vet en huid van de buik
Als er te weinig huid van goede kwaliteit is overgebleven kan eveneens een nieuwe borst gemaakt worden van huid en vetweefsel van de onderbuik. Dit kan alleen als er op die plek een huid- en vetoverschot bestaat. De plastisch chirurg kan op deze manier een borst construeren zonder dat er een prothese nodig is. Een nadeel is dat de buikwand als gevolg van de ingreep minder stevig kan worden en dat er een groot litteken op de buik komt. De buik kan ook lange tijd pijnlijk zijn. Voor deze operatie moet u circa zeven dagen in het ziekenhuis liggen. De ingreep zelf duurt ongeveer vier tot zes uur, afhankelijk van een éénzijdige of dubbelzijdige ingreep en of er al dan niet microchirurgische technieken gebruikt worden. Vaak is na ongeveer 9 maanden een aanvullende ingreep nodig om een optimaal model te bereiken.
Bij gebruik van vet en huid van de buik kan ook nog onderscheid gemaakt worden tussen technieken die wel of geen gebruik maken van de lange buikspier. Of deze technieken bij u mogelijk zijn, alsmede de voor- en nadelen ervan komen in het gesprek met uw chirurg aan de orde.
Tepelreconstructie
Naast reconstructie van de borst is reconstructie van de tepel mogelijk. Meestal gebeurt dit zes tot twaalf maanden na de borstreconstructie. Voor de tepelhof kan een huidtransplantaat van de lies, de oksel, de binnenzijde van het bovenbeen of de achterzijde van het oor gebruikt worden. Ook kan de tepelhof door middel van tatoeage worden gereconstrueerd. De tepel zelf wordt meestal gemaakt van een deel van de tepel van de andere borst of van plaatselijk aanwezige huid, zo nodig eventueel aangevuld met een implantaat. Afhankelijk van de gekozen techniek wordt u voor een tepelreconstructie een dag opgenomen in het ziekenhuis. Reconstructie van een tepelhof door middel van tatoeage vindt poliklinisch plaats. Als met u gekozen is om de gezonde borst aan te passen aan de nieuwe borst, wordt de tepelreconstructie meestal met deze operatie gecombineerd.
Mogelijkheden en verwachtingen
Als u een borstreconstructie overweegt, is het belangrijk hierover een reëel verwachtingspatroon te hebben. Een gereconstrueerde borst zal in vorm en grootte altijd duidelijk verschillen van een natuurlijke borst. De gereconstrueerde borst voelt ook anders aan. Toch zijn vrouwen die een borstreconstructie hebben ondergaan in het algemeen heel tevreden met het uiteindelijke resultaat. Ze durven weer alles aan en voelen zich daardoor psychisch sterker. Een borstreconstructie is zowel lichamelijk als geestelijk een zware ingreep. Vaak zijn meerdere operaties noodzakelijk. Daar komt nog bij dat het soms wenselijk is de natuurlijke borst te verkleinen of te verstevigen om de gereconstrueerde borst en de natuurlijke borst zo veel mogelijk op elkaar te laten lijken.
Na een borstreconstructie
Enkele dagen na een borstreconstructie worden de drains (dunne slangetjes in het wondgebied om wondvocht af te voeren) weggehaald. Bij ontslag uit het ziekenhuis krijgt u via het afsprakenbureau te horen wanneer u voor controle terug moet komen bij de plastisch chirurg. Eventuele hechtingen worden op het spreekuur verwijderd. De eerste zes weken na de operatie moet u het kalm aan doen want anders geneest de wond niet goed. De plastisch chirurg kan u precies vertellen wat u wel en wat u niet mag. Het kan verstandig zijn om voor de eerste tijd thuis hulp te regelen. Soms is er lange tijd nodig om van de operatie te herstellen. Met een eventuele tweede operatie wordt altijd gewacht tot u weer voldoende bent aangesterkt.
Risico’s en complicaties
Een borstreconstructie heeft dezelfde risico’s als elke andere operatie. Er bestaat een kans op een nabloeding of er kan een infectie optreden. Rond een ingebrachte prothese wordt soms een bindweefselkapsel gevormd, waardoor de borst hard en pijnlijk aanvoelt. Een nieuwe operatie om dit te verhelpen kan dan nodig zijn. Als de borstprothese onder de borstspier geplaatst wordt, treedt praktisch geen kapselvorming meer op, maar deze methode is niet altijd mogelijk. Een zeldzame complicatie bij een borstreconstructie is dat de bloedcirculatie in de wondranden of het verplaatste weefsel onvoldoende is. Dan kan weefselversterf optreden.
Sommige technieken hebben specifieke risico’s en complicaties met betrekking tot de gebieden waar geopereerd wordt (rug of buik). Uw chirurg zal deze met u bespreken.
Vergoeding van de kosten
Een borstreconstructie wordt niet gezien als een verfraaiende ingreep, maar als een behandeling om de gevolgen van een borstamputatie zo goed mogelijk te herstellen. Alle ziekenfondsen en vrijwel alle particuliere ziektekostenverzekeraars vergoeden de kosten van een dergelijke operatie. Wanneer u particulier verzekerd bent, kunt u dit bij uw verzekeringsmaatschappij navragen.
Verantwoording tekst
Het onderwerp borstreconstructie bestaat uit algemene teksten, bedoeld als aanvulling op het gesprek met uw arts. De algemene informatie kan niet altijd recht doen aan iedere individuele situatie. Hebt u na het lezen van deze informatie nog vragen, dan zal de plastisch chirurg ze tijdens het spreekuur graag met u doornemen. Het kan handig zijn uw vragen van tevoren op papier te zetten.
Bij het schrijven van de teksten is gebruikgemaakt van:
- voorlichtingsmateriaal van de Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie.
- voorlichtingsmateriaal van de Nederlandse Vereniging voor Aesthetische Plastische Chirurgie.
De informatie is geaccordeerd door Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie.
De overige informatie is gebaseerd op voorlichtingsmateriaal van de Nederlandse Kankerbestrijding/KWF.
WGBO Goedkeuring : Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie